Maken videogames mensen gewelddadig? Feit of fictie?

Internetmythes

Een populaire internetmythe is dat videogames mensen gewelddadiger maken – in Amerika zeggen ze zelfs dat games en aanslagen met elkaar te maken hebben. Ook in mindere maten is in Nederland de discussie gaande met de vraag: maken videogames kinderen/jongeren/volwassenen gewelddadig? In dit artikel gaan wij in op feit en fictie. Een hint: geloof niet alles wat ze op het internet zeggen!

Grand Theft Childhood

In een studie die dateert uit 2008 stellen onderzoekers dat videogames – als ze überhaupt al effect hebben – het te verwaarlozen is. De aantal verkopen van gewelddadige videogames is op record hoogte, terwijl het aantal misdaden op record laagte is. De getallen liegen er niet om; zelfs zonder onderzoek kan je concluderen dat geweld en videogames niet veel met elkaar te maken hebben.

Vaak wordt in de media een incident te groot uitgelicht. Er is één gek die te veel videogames speelt en in Amerika een school overhoop schiet. Dat terwijl 97% van de kinderen tussen 12-17 jaar video games spelen. Als er een causaal verband tussen geweld en gamen zou zitten, zou dat echt wel vaker in het nieuws komen te staan.

Uit recenter onderzoek – 2018 door professor Gentile uitgevoerd – blijk dat actief gewelddadige spelletjes spelen en passief gewelddadige films kijken ongeveer een even groot effect te hebben. De Die Hard-films kijken is dus even slecht voor je als Grand Theft spelen, terwijl je niemand om minder gewelddadige films hoort roepen.

Zin en onzin

Waar komt deze mythe dan nu eigenlijk vandaan? Als iemand te veel games speelt en dan gewelddadig wordt, is de game de oorzaak van alles. Dat terwijl de game eigenlijk niet zo veel met de daad te maken heeft, maar meer met andere factoren. Denk bijvoorbeeld aan de omgeving, mentale ziektes en genetische aanleg. Er is veel onderzoek naar games gedaan en er moet nog veel onderzoek gedaan worden voor een goede conclusie.

De bottom line is dat er eigenlijk te weinig onderzoek naar het totaalbeeld wordt gedaan. Als videogames en actiefilms een even slechte invloed hebben, waarom is er dan geen extra onderzoek naar gedaan? Gewelddadige films en series, daar kraait geen haan naar. Vechtsport wordt ook niet gezien als een bron van geweld, maar daar ga je veel verder als alleen een paar knoppen indrukken.

In 2017 was er een onderzoek in America uitgevoerd naar de verbinding tussen games en schietincidenten. De conclusie was: er is geen verband.

Waar komt de fictie vandaan?

De fictie stamt uit twee bronnen: in het begin waren de onderzoeksmethoden niet goed genoeg, waardoor onderzoek niet opnieuw uitgevoerd kon worden. Kan onderzoek niet opnieuw worden uitgevoerd, is het een slecht onderzoek. Nu dat de onderzoeksmethoden beter zijn geworden, kan onderzoek opnieuw worden herhaald en daardoor is het onderzoek nu wel goed.

Een andere bron is iets wat ‘moral panic’ heet. De blaam voor slechte dingen wordt altijd ergens op gelegd; in de 50’er jaren waren stripverhalen des duivels. In de 80’er jaren zorgde rockmuziek voor meer geweld, seks en satanisme. Nu is dat videogames.

Vooral rond het jaar 2000 is veel dubieus onderzoek heel veel gepromoot. Dat heeft ervoor gezorgd dat mensen het – verkeerde – idee hebben dat games gewelddadig maken. Dit onderwerp is dus het schoolvoorbeeld dat je altijd je feiten op een rijtje moet hebben voordat je wat gaat roepen.